Niet omdat ik bang was.
Maar omdat ik eindelijk wilde luisteren naar iets anders dan hun stemmen.
De stem van Victor.
De stem van Ethan.
De stilte tussen de regels.
Tegen de avond nam ik opnieuw contact op met Charles.
“Waar ben je?” vroeg hij meteen.
“Niet thuis,” zei ik.
“Goed,” antwoordde hij. “Blijf daar voorlopig.”
“Charles,” zei ik langzaam, “als Michael echt betrokken is bij iets illegaals… waarom zou Victor dat niet gewoon hebben gezegd?”
Charles aarzelde.
“Omdat Victor nog hoopte dat het zijn zoon niet was die hij moest stoppen.”
Die zin sneed door me heen.
“En nu?” vroeg ik.
“Nu,” zei hij, “moeten we het document vinden dat Victor heeft achtergelaten. Hij heeft iets veiliggesteld. Bewijs. Maar Michael heeft al gezocht.”
Ik voelde een koude rilling.
“Waar?”
“Het huis,” zei Charles. “De werkkamer.”
Die nacht stond ik voor mijn eigen voordeur.
Het huis was donker.
Te stil.
Ik haalde diep adem en stak de sleutel in het slot.
Binnen rook alles nog naar Victor. Zijn stoel stond nog bij het raam. Zijn jas hing nog aan de kapstok.
Alsof hij elk moment terug kon komen.
Mijn hart bonsde terwijl ik naar zijn werkkamer liep.
De deur stond op een kier.
Dat was nieuw.
Ik duwde hem open.
En toen zag ik het.
De kamer was overhoop gehaald.
Lades open.
Papieren verspreid.
De kluis achter het schilderij… open.
Leeg.
Mijn adem stokte.
Iemand was hier geweest.
Niet lang geleden.
Achter me kraakte de vloer.
Ik draaide me om.
Michael stond in de deuropening.
“Je had hier niet moeten komen,” zei hij rustig.
Zijn stem was kalm.
Te kalm.
En in zijn hand hield hij iets vast wat ik niet meteen kon zien.
Maar ik wist het meteen.
Dit was niet meer alleen een familieprobleem.
Dit was een strijd om de waarheid die Victor had achtergelaten.
En ik stond er middenin.