Verhaal 2025 14 81

Ik zat nog steeds op de rand van de badkamermeubel toen ik de laatste oproep beëindigde.

De stilte in het huis was bedrieglijk normaal.

Boven hoorde ik Daniel nog lachen, zijn stem gedempt door de deur, alsof er niets gebeurd was. Alsof mijn gezicht geen bewijs droeg. Alsof pijn iets was dat alleen bestond als hij het toeliet.

Ik keek opnieuw in de spiegel.

De zwelling was erger geworden. Mijn lip was gescheurd. Maar mijn ogen waren helder.

Dat was het enige wat nog intact was.

Mijn advocaat nam op na twee signalen.

“Evelyn?” zei hij meteen, alerter dan normaal.

“Het is begonnen,” zei ik rustig.

Een korte stilte.

Toen: “Hoe erg is het?”

Ik keek naar mijn spiegelbeeld.

“Er zijn nu opnames,” zei ik. “En medische foto’s. En een getuige boven in mijn eigen huis die denkt dat hij onaantastbaar is.”

Mijn advocaat ademde langzaam uit.

“Dan stoppen we met wachten.”

De bank was korter.

Lees verder op de volgende pagina

Leave a Comment