Verhaal 2025 15 100

De begraafplaats was stiller geworden zodra de anderen waren vertrokken.

Alleen het geluid van de wind bleef over, zacht langs de cipressen, alsof zelfs de natuur niet goed wist hoe ze zich moest gedragen bij zo’n soort verdriet.

Lucía stond nog steeds bij het graf, haar armen om de foto van haar moeder geklemd. Renata zat nu gehurkt bij de rand van de steen, met haar vingers in de aarde alsof ze nog iets wilde vasthouden dat al verdwenen was. Abril hield mijn hand vast alsof ze bang was dat ook ik zou verdwijnen als ze even losliet.

Ik wist niet hoelang we daar stonden.

Tijd was iets geworden dat zijn betekenis had verloren sinds Rosa was begraven.

“Gaan we nu naar huis, opa?” vroeg Abril uiteindelijk.

Haar stem was klein, maar het woord huis klonk vreemd. Alsof het niet meer duidelijk was wat dat betekende.

Ik knikte langzaam.

“Ja, mijn meisje. We gaan naar huis.”

Maar zelfs terwijl ik het zei, wist ik dat het niet hetzelfde huis zou zijn als gisteren. Niet het huis waar Rosa nog leefde, waar haar stem soms door de keuken klonk, waar haar aanwezigheid in de kleine dingen zat: een kopje dat ze nooit wegzette, een jas over een stoel, een geur van shampoo in de badkamer.

We liepen samen naar mijn auto. De meisjes dicht bij elkaar, alsof ze elkaar nodig hadden om rechtop te blijven.

Lees verder op de volgende pagina

Leave a Comment