Ik sloot mijn ogen een paar seconden en haalde diep adem.
Mijn eerste impuls was woede.
Niet verdriet. Niet teleurstelling.
Woede.
Vijfendertig jaar lang had ik geprobeerd de goede dochter te zijn. De verantwoordelijke dochter. Degene die op tijd belde, op verjaardagen verscheen, cadeaus zorgvuldig uitzocht en nooit vroeg waarom de regels voor Leo anders waren dan voor mij.
En nu wist ik eindelijk waarom.
Omdat mijn rol nooit die van dochter was geweest.
Ik was hun reservefonds.
Hun noodplan.
Hun verzekering tegen de gevolgen van Leo’s keuzes.
Mijn vingers bewogen over het toetsenbord.
Binnen twintig minuten had ik het grootste deel van mijn spaargeld overgebracht naar een nieuwe rekening bij een andere financiële instelling. Een rekening die niet gekoppeld was aan mijn bestaande gegevens, waar niemand iets van wist.
Daarna belde ik mijn financieel adviseur.