Zelfs ik kende die naam.
Isabella Moretti was de oprichtster van de Moretti Stichting, een organisatie die zich inzette voor kinderen uit heel het land. Ze financierde scholen, bibliotheken, kunstprojecten en kinderziekenhuizen. Haar naam verscheen regelmatig in tijdschriften en op televisie.
Een van de moeders liet haar kopje bijna vallen.
“Dé Isabella Moretti?”
“Ja, mevrouw.”
Verwarring verspreidde zich door de groep.
Mevrouw Rinaldi fronste haar wenkbrauwen.
“Waarom zou zij geïnteresseerd zijn in Sofia?”
De chauffeur glimlachte.
“Dat kan mevrouw Moretti zelf beter uitleggen.”
Hij keek vervolgens naar Sofia.
“Maar als u zich niet prettig voelt, hoeft u nergens heen. De uitnodiging is volledig vrijwillig.”
Sofia keek naar mij.
“Mama?”
Ik knielde neer.
“Wat wil jij doen?”
Ze dacht even na.
“Ga jij mee?”
“Als dat mag.”
“Uiteraard,” antwoordde de chauffeur direct.
Een paar minuten later zaten we in de limousine.
Terwijl de villa achter ons verdween, keek Sofia door het raam.
“Mama?”
“Ja, liefje?”
“Ben ik in de problemen?”
Ik glimlachte en streek een haarlok achter haar oor.
“Nee.”
“Waarom kwam die meneer dan voor mij?”
“Dat gaan we samen ontdekken.”
Twintig minuten later stopte de limousine voor een prachtig oud gebouw aan de rand van de stad.
Geen paleis.
Geen kasteel.
Maar een elegant historisch landhuis omringd door bloemen.
Voor de ingang stond een vrouw van ongeveer zestig jaar.
Ze droeg een eenvoudige blauwe jurk en had vriendelijke ogen.
Zodra Sofia uitstapte, verscheen er een warme glimlach op haar gezicht.
“Daar ben je eindelijk.”
Sofia keek verbaasd om zich heen.
“Kent u mij?”
“Nog niet,” antwoordde de vrouw.
“Maar ik hoop dat daar vandaag verandering in komt.”
De vrouw stak haar hand uit.
“Ik ben Isabella.”
Sofia gaf voorzichtig een handje terug.
“Ik ben Sofia.”
“Dat weet ik.”
Ze lachte zacht.
“En ik moet je iets vertellen.”
We werden naar binnen geleid naar een gezellige salon.
Geen gouden meubels.
Geen overdreven luxe.
Gewoon een warme ruimte met boeken, schilderijen en bloemen.
Op een tafel lag een tijdschrift.
Daarop stond een foto van een kindertekening.
Tot mijn verbazing herkende ik die onmiddellijk.
Het was een tekening van Sofia.
Een tekening die ze maanden geleden had gemaakt tijdens een lokale wedstrijd op school.
Een prinses die een andere prinses hielp haar kroon op te rapen.
“Dat is mijn tekening!” riep Sofia.
Isabella knikte.
“Precies.”
Ze ging tegenover ons zitten.
“Een paar maanden geleden organiseerde onze stichting een landelijke tekenwedstrijd.”
Ik herinnerde me dat Sofia eraan had meegedaan.
Maar we hadden nooit iets gehoord.
“Er waren duizenden inzendingen,” vervolgde Isabella.
“En jouw tekening bleef mij bij.”