Ik bleef een paar seconden naar de envelop staren alsof hij elk moment kon verdwijnen als ik te snel zou bewegen.
Mijn vaders handschrift was onmiskenbaar. Recht, precies, alsof hij zelfs in zijn laatste maanden nog weigerde om iets los te laten aan toeval.
De tuin om me heen leek stiller te worden. Alleen het zachte ritselen van de rozen in de wind bleef over, alsof ze me aanspoorden om hem te openen.
Ik scheurde de envelop niet open. Ik opende hem voorzichtig, zoals hij me had geleerd met alles wat waarde had.
Binnenin zat één vel papier.
En een sleutel.
Geen uitleg. Geen brief met lange afscheidswoorden. Alleen een korte boodschap.
“Cassandra,
Als je dit leest, is het moment gekomen waarop mensen laten zien wie ze werkelijk zijn. Kijk niet alleen naar wat ze zeggen. Kijk naar wat ze proberen te nemen.
De sleutel opent de waarheid in de studeerkamer.
Vertrouw Brenda.
– Papa”
Mijn hart sloeg één keer hard, alsof het even niet zeker wist of het moest doorgaan.
De studeerkamer.
De enige kamer in het huis waar niemand ooit iets aan had veranderd sinds zijn dood. Zelfs Simon niet. Zelfs Jesse niet. Het was de plek waar mijn vader altijd zei dat “documenten hun stem bewaren”.
Achter me kraakte het tuinhek opnieuw.