verhaal 2025 22 79

Hij knikte. “Ja.”

Die ene bevestiging leek een gewicht van haar schouders te halen, maar de spanning bleef in haar ogen hangen.

Santiago pakte zijn telefoon en keek kort naar het scherm. Nog steeds geen nieuwe berichten. Geen paniek. Geen haast van Valeria.

Omdat ze dacht dat alles onder controle was.

“Luister goed,” zei hij terwijl hij zich naar Abril toe boog. “Je gaat nu terug naar het huis, alsof er niets is gebeurd. Zoek je vader en blijf bij hem. Zeg tegen niemand wat je mij hebt verteld. Begrijp je dat?”

Ze knikte meteen. “Ja, meneer.”

Hij aarzelde even en legde toen kort zijn hand op haar schouder. “Je hebt misschien mijn leven gered.”

Haar ogen werden groot, maar ze zei niets.

“Ga nu,” voegde hij eraan toe.

Abril verdween stilletjes langs hetzelfde pad waarlangs ze gekomen waren.


Santiago bleef alleen achter.

Hij liep langzaam terug richting de oprit, maar deze keer niet als een man die haast had. Elke stap was berekend.

De zwarte sedan stond er nog steeds.

De bestuurder keek op toen hij Santiago zag naderen en opende meteen de achterdeur—met zijn linkerhand.

Precies zoals Abril had gezegd.

“Goedemorgen, meneer,” zei de man beleefd.

Santiago glimlachte licht. “Goedemorgen.”

Hij bleef even staan, alsof hij iets controleerde op zijn telefoon. Vanuit zijn ooghoek nam hij de omgeving in zich op. Geen bekende gezichten. Geen beveiligers van het huis in de buurt.

Alles voelde… te stil.

“Alles in orde, meneer?” vroeg de bestuurder.

Santiago keek op. “Zeker. Ik moest alleen even een bericht afronden.”

Hij liep naar de open deur en keek kort naar binnen.

Donker interieur. Netjes. Onschuldig.

Maar nu zag hij wat hij eerder nooit zou hebben opgemerkt: een lichte afwijking in de bekleding, alsof er iets onder verstopt zat. De geur van de auto was anders—sterker, chemischer.

Hij stapte niet in.

In plaats daarvan deed hij een stap achteruit.

“Voordat we vertrekken,” zei hij rustig, “wil ik even mijn echte chauffeur spreken. Waar is hij?”

De bestuurder verstijfde heel even—slechts een fractie van een seconde, maar het was genoeg.

“Hij… is vandaag ziek, meneer. Ik vervang hem.”

Santiago knikte langzaam. “Dat is vreemd. Hij heeft me daar niet over geïnformeerd.”

“Het ging plotseling,” antwoordde de man snel.

Santiago glimlachte opnieuw, maar dit keer bereikte het zijn ogen niet.

“Begrijpelijk,” zei hij. “In dat geval stel ik voor dat we even wachten.”

“Wachten?” De man fronste. “Meneer, uw vlucht—”

“Kan wachten,” onderbrak Santiago hem kalm.

Er viel een stilte.

Toen haalde Santiago zijn telefoon tevoorschijn en drukte op een knop. Niet om te bellen, maar om een opname te starten.

Hij keek de man recht aan.

“Vertel me eens,” zei hij zacht, “wie heeft je gestuurd?”

De bestuurder lachte nerveus. “Ik begrijp niet wat u bedoelt, meneer.”

Santiago zette nog een stap achteruit, waardoor er meer afstand ontstond tussen hem en de auto.

“Dan maken we het eenvoudiger,” zei hij. “Je kunt nu vertrekken… of we wachten samen tot de politie arriveert.”

Dat woord veranderde alles.

De ogen van de man vernauwden zich. Zijn houding veranderde—subtiel, maar duidelijk.

Voor een moment leek het alsof hij iets ging doen.

Maar toen—

Lees verder op de volgende pagina

Leave a Comment