Monique keek van Julien naar mij.
Toen naar de tent.
Toen opnieuw naar mij.
Voor het eerst sinds ik haar kende, had ze geen antwoord klaar.
De gasten begonnen onrustig te worden.
De temperatuur onder het tentdoek steeg snel. De elegante sfeer van enkele minuten geleden maakte plaats voor gefluister, vragende blikken en ongemakkelijke gesprekken.
Een ober liep haastig langs met een telefoon tegen zijn oor gedrukt.
Een andere medewerker sprak gejaagd met de organisator van het evenement.
Niemand begreep wat er gebeurde.
Behalve ik.
Julien kwam dichterbij.
“Camille, stop hiermee.”
Zijn stem was niet langer zelfverzekerd.
Niet langer die van een man die dacht dat hij de situatie beheerste.
Ik bleef rustig.
“Waarom zou ik?”
“Omdat je iedereen voor schut zet.”
Ik keek hem enkele seconden aan.
“Nee, Julien.”
Hij fronste.
“Dat doe jij zelf.”