De bus reed verder door San Antonio, schommelend over het asfalt terwijl het ochtendlicht langzaam sterker werd. Het kleine meisje bleef staan tot ik goed keek naar de stoel die ze aanwees. Het was geen luxe plek, geen ruimte met meer comfort. Het was gewoon een stoel dichter bij de uitgang, zoals ze zei. Maar in een volle bus voelde het alsof ze me iets groters gaf dan een zitplaats.
“Je hoeft niet voor mij op te staan,” zei ik nog eens, zachter.
Ze glimlachte alleen. “Ik wil het wel.”
Dat soort eenvoud is zeldzaam. Volwassenen doen dingen met bijbedoelingen, uit beleefdheid of schuldgevoel. Kinderen doen iets of ze doen het niet. Er zit niets tussenin.
Ik ging voorzichtig zitten, mijn wandelstok tussen mijn knieën. Mijn lichaam protesteerde zoals het de laatste jaren vaker deed. Terwijl ik ging zitten, voelde ik hoe de bus weer optrok en mijn gedachten even meezweefden met het ritme van de stad.