De regen leek even stil te vallen toen mijn grootmoeder dat ene woord uitsprak.
“Slopen.”
Ik wist niet of ik het goed had gehoord. De wind gierde langs de bomen, de sirenes loeiden opnieuw in de verte, en toch klonk haar stem helder, alsof alles even plaats had gemaakt voor haar besluit.
“Wat…?” bracht ik uit, mijn tanden klapperend van de kou.
Ze draaide zich naar mij toe en liep zonder aarzelen het natte gras op, haar schoenen zakkend in de modder alsof het haar niets kon schelen.
“Je staat hier al te lang,” zei ze kort. “Kom.”
Ik bleef staan. “Ze hebben me buitengesloten.”