Hij had verwacht een vermoeide vrouw, een huilende baby, misschien zelfs een beetje drama waar hij zich ongemakkelijk bij kon voelen.
In plaats daarvan was het huis stil.
Te stil.
Ethan bleef in de deuropening staan, zijn hand nog op de klink, zijn glimlach nog half aanwezig alsof hij die niet snel genoeg kon afzetten.
“Madison?” riep hij.
Geen antwoord.
Alleen de zachte tik van de klok in de gang.
Hij liep verder naar binnen.
Zijn stappen klonken vreemd luid op de houten vloer.
De woonkamer zag eruit alsof er niets was veranderd. De kussens lagen netjes op de bank. De keuken was schoon. Geen babyspullen. Geen ziekenhuisgeur. Geen chaos.
Alleen leegte.
Zijn glimlach verdween.
“Madison?” zei hij opnieuw, nu zachter.
Hij pakte zijn telefoon.
Eén gemiste oproep.
Twaalf berichten van zijn moeder over het feest.
Geen enkele van mij.
Hij fronste.
“Dit is niet grappig,” mompelde hij.
Toen zag hij een witte envelop op de eettafel.