Ik bladerde door de papieren.
Er waren registraties van telefoongesprekken.
Beveiligingsrapporten.
Interne notities.
Maar geen enkel officieel opnameformulier van Camila.
Geen enkel document dat bewees dat ze als patiënt was binnengebracht.
“Dat kan niet.”
Ana knikte ernstig.
“Dat dacht ik ook.”
Ze wees naar een tijdstip op een rapport.
“Volgens jouw moeder arriveerde Camila om 22:13 uur.”
“Ja.”
“Maar volgens de camerabeelden arriveerde de wagen pas om 23:02 uur.”
Ik keek op.
“Bijna een uur later.”
“Precies.”
De stilte werd zwaar.
“Wat gebeurde er in dat uur?”
Ana schudde langzaam haar hoofd.
“Dat weet ik niet.”
Ze opende een lade en haalde een usb-stick tevoorschijn.
“Maar misschien helpt dit.”
“Wat is het?”
“Beelden van de beveiligingscamera.”
Mijn hart begon sneller te slaan.
“Heb je ze bekeken?”
“Ja.”
“En?”
Ze aarzelde.
“Je moet het zelf zien.”
We liepen naar een kleine vergaderruimte.
Een laptop stond al klaar.
Ana stopte de usb-stick erin.
Even later verscheen het parkeerterrein van het ziekenhuis op het scherm.
23:02.
Een zwarte SUV reed het terrein op.
Ik herkende onmiddellijk de wagen van Rodrigo.
Mijn maag trok samen.
De video ging verder.
Rodrigo stapte uit.
Mijn moeder stapte uit.
Daarna verschenen twee medewerkers.
Ze haalden een brancard uit de achterzijde van het voertuig.
Daar lag Camila.
Bewegingsloos.
Mijn adem stokte.
“Stop.”
Ana pauzeerde het beeld.
“Zie je dat?”
Ze wees naar de rechterhand van Camila.
Zelfs op de korrelige opname leek haar hand gesloten.
Precies zoals ik haar later in de kist had gezien.
Alsof ze iets vasthield.
Alsof ze iets had beschermd.
“Ga verder.”
De opname liep opnieuw.
Rodrigo praatte met iemand buiten beeld.
Mijn moeder keek voortdurend om zich heen.
Toen gebeurde er iets vreemds.
Een man verscheen aan de rand van het scherm.
Hij droeg een donker uniform.
Hij probeerde blijkbaar met Rodrigo te spreken.
Rodrigo draaide zich abrupt om.
De beelden hadden geen geluid.
Maar hun gesprek leek gespannen.
De man wees richting de wagen.
Daarna naar Camila.
Vervolgens verdween hij uit beeld.
“Wie is dat?”
Ana haalde een dossier tevoorschijn.
“Dat is precies waarom ik je heb laten komen.”
Ze schoof een foto naar me toe.
Mijn ogen werden groot.
“Ik ken hem.”
“Dat dacht ik al.”
Het was Esteban Ruiz.
Al twintig jaar hoofdbeveiliger van onze wijngaarden.
Een man die mijn vader blindelings vertrouwde.
“Waarom was hij daar?”
“Dat weet ik niet.”
Ik staarde naar de foto.
Esteban was loyaal.
Bijna koppig loyaal.
Hij zou niet zomaar midden in de nacht bij een ziekenhuis verschijnen.
Tenzij hij iets wist.
“Twee dagen geleden heeft hij ontslag genomen,” zei Ana.