En misschien nog erger…
iemand van binnenuit.
Twee vrouwen brachten haar naar een luxueuze slaapkamer aan de andere kant van het huis. Ondanks de marmeren vloeren en dure meubels voelde de kamer als een gevangenis.
Lucía liep meteen naar het raam.
Tralies.
Subtiel weggewerkt in het ontwerp, maar duidelijk zichtbaar.
Ze draaide zich om.
“Ik ben geen gevangene.”
Een van de vrouwen antwoordde zacht:
“Hierbinnen bent u veiliger dan daarbuiten.”
Toen de deur sloot, bleef Lucía alleen achter.
Ze dacht aan haar moeder.
Aan het kleine appartement.
Aan het geld dat nog steeds in haar tas zat.
Een paar uur geleden leek dat geld een wonder.
Nu voelde het als een vloek.
Aan de andere kant van het landhuis zat Rafael alleen in zijn kantoor.
Voor hem op tafel lag het doorgesneden kledingstuk van Mateo.
En naast hem…
de dunne metalen draad.
Bijna onzichtbaar.
Perfect verborgen in de stof.
Geen amateurwerk.
Dit was gepland.
Precisiewerk.
Een boodschap.
Hij sloot langzaam zijn ogen.
Voor het eerst in jaren voelde Don Rafael Cruz iets wat hij normaal nooit toeliet.
Angst.
Niet voor zichzelf.
Voor zijn zoon.
Er werd op de deur geklopt.
“Binnen.”
Een oudere man met wit haar stapte naar binnen. Ernesto Salazar, Rafaels juridisch adviseur en één van de weinige mensen die al langer dan twintig jaar naast hem stond.
“Tomás is verdwenen,” zei Ernesto.
Rafael reageerde niet.
“Zijn auto werd leeg teruggevonden buiten de stad.”
Nog steeds stilte.
Ernesto keek naar de draad op tafel.
“Denk je dat hij het was?”
Rafael haalde langzaam adem.
“Ik denk dat iemand wilde dat ik dat geloof.”
Hij stond op en liep naar het raam.
“Tomás was ambitieus. Hard. Maar hij was loyaal aan macht.”
Hij keek naar beneden, naar de donkere binnenplaats vol bewakers.
“En hij wist dat Mateo mijn zwakke plek was.”
Ernesto aarzelde even.
“Misschien is dat precies waarom iemand hem erin heeft geluisd.”
Die woorden bleven hangen.
Want in Rafaels wereld betekende twijfel gevaar.
En gevaar betekende oorlog.
Diezelfde nacht kon Lucía niet slapen.
Elke keer dat ze haar ogen sloot, hoorde ze opnieuw het schot.
Plotseling klonk er zacht geklop op haar deur.
Ze verstijfde.
“Wie is daar?”
“Rosa.”
De oudere huishoudster kwam voorzichtig binnen met een dienblad thee.
Ze glimlachte vriendelijk.
“U moet iets drinken.”
Lucía ontspande een beetje.
Rosa was de eerste persoon in het huis die normaal leek.
Geen wapens.
Geen dreigende blik.
Gewoon een vermoeide vrouw van middelbare leeftijd.
“Dank u,” fluisterde Lucía.
Rosa keek even naar de gesloten deur voordat ze zachter sprak.
“U had hier nooit mogen komen.”
Lucía keek haar verbaasd aan.
“Ik wist niet van wie het kind was.”
“Dat maakt niets uit,” zei Rosa verdrietig. “Mensen die iets belangrijks zien in dit huis… vertrekken meestal niet meer hetzelfde.”
Lucía voelde opnieuw angst opkomen.
“Denkt u dat iemand mij iets wil aandoen?”
Rosa antwoordde niet direct.
In plaats daarvan keek ze naar Mateo’s babydeken die nog over Lucía’s arm hing.
Toen zei ze zacht:
“Mateo is niet de eerste baby die hier heeft gehuild.”
Een koude rilling liep over Lucía’s rug.
“Wat bedoelt u?”
Maar plotseling klonken er stemmen in de gang.
Rosa verstijfde meteen.
“Vertrouw niemand,” fluisterde ze haastig.
Daarna liep ze snel naar buiten.
Lucía bleef verward achter.
Niet de eerste baby?
Wat betekende dat?
De volgende ochtend werd ze wakker van harde stemmen beneden.
Toen ze voorzichtig haar deur opende, zag ze mannen door het huis lopen met gespannen gezichten.
Iets was gebeurd.
Beneden in de woonkamer stond Rafael tegenover drie van zijn eigen mannen.
“Wie heeft vannacht de beveiligingscamera’s uitgezet?” vroeg hij ijzig kalm.
Niemand antwoordde.
Dat was erger dan geschreeuw.
Want wanneer Rafael zacht sprak, betekende dat dat hij gevaarlijk dichtbij woede zat.
Plotseling zag hij Lucía bovenaan de trap staan.
“Kom hier.”
Ze aarzelde, maar liep langzaam naar beneden.
Rafael hield haar blik vast.
“Mateo heeft voor het eerst de hele nacht geslapen.”
Ze knikte voorzichtig.
“Hij had pijn. Die draad sneed in zijn huid telkens wanneer iemand hem optilde.”
Een van de mannen vloekte zacht.
Rafael keek haar enkele seconden zwijgend aan.
“Waarom zag geen enkele arts dat?”
Lucía dacht even na.
“Omdat ze naar symptomen keken.”
Ze keek richting de babykamer.
“Ik keek naar de baby.”
Voor het eerst verscheen er iets onverwachts op Rafaels gezicht.
Respect.
Maar net op dat moment stormde een bewaker binnen.
“Baas.”
Iedereen draaide zich om.
“We hebben iets gevonden.”
Even later stonden ze allemaal in de garage onder het huis.
Een zwarte SUV stond midden in de ruimte.
De kofferbak was open.
Lees verder op de volgende pagina