Verhaal 2025 21 109

De ochtend na het telefoongesprek met Thomas Mercer voelde niet als een nieuwe dag, maar als een soort stilte vóór iets dat ik niet meer kon tegenhouden.

Daniel lag nog in bed toen ik door het huis liep. Alsof er niets gebeurd was. Alsof mijn gezicht niet nog steeds brandde en mijn gedachten niet in stukken uit elkaar vielen. Hij had zich zelfs niet verontschuldigd. Dat was misschien wel het meest veelzeggende: niet de klap zelf, maar de vanzelfsprekendheid erna.

In de keuken zette ik koffie. Mijn handen trilden nauwelijks nog. Niet omdat ik rustig was, maar omdat iets in mij zich had afgesloten. Alsof mijn lichaam besloot dat emotie op dat moment een luxe was die ik me niet meer kon veroorloven.

Toen de bel ging, keek ik instinctief naar de klok.

08:14.

Te vroeg voor bezoek. Te vroeg voor iets normaals.

Daniel kwam de trap af, nog slaperig, zijn haar rommelig, zijn houding weer die arrogante rust van iemand die gelooft dat de wereld hem niets kan maken.

“Wie is dat?” mompelde hij.

Lees verder op de volgende pagina

Leave a Comment