“Dus u kunt mij helpen?”
Piotr keek naar de bijen.
“Ik help niemand,” zei hij. “Maar ik hou niet van oneerlijke spelletjes.”
Svetlana voelde iets verschuiven in haar borst. Niet opluchting, maar voorzichtigheid.
“Waarom doet u dit?”
Hij zweeg even.
“Hij heeft mij gebruikt,” zei hij uiteindelijk. “En ik hou niet van mensen die denken dat familie een wapen is.”
Die avond reed Svetlana terug met het mapje stevig tegen zich aan gedrukt.
In haar hoofd draaiden de woorden van de oude man rond.
Familie is geen wapen.
Maar voor Danil was het dat wel geweest.
De volgende ochtend zat Svetlana in de keuken van Marina, met Alissa die met blokken speelde op de vloer.
Marina keek naar het mapje op tafel.
“Dus hij heeft bewijs,” zei ze langzaam.
“Meer dan bewijs,” antwoordde Svetlana. “Hij heeft zijn eigen val gebouwd.”
Marina floot zacht.
“En wat ga je doen?”
Svetlana keek naar haar dochter.
Alissa zette een blokje op een toren en lachte zachtjes toen het omviel.
“Ik ga niets doen,” zei Svetlana rustig.
Marina fronste.
“Wat bedoel je?”
Svetlana streek een lok haar achter haar oor.
“Ik ga hem laten denken dat hij gewonnen heeft.”
Marina zweeg.
“En dan?”
Svetlana keek op, haar stem kalm maar vastberaden.
“Dan zorg ik dat hij zelf alles opent wat hij verborgen heeft.”
Drie dagen later ontving Danil een bericht.
Slechts één zin:
“Je grootvader wil je spreken. Het is dringend.”
Hij las het twee keer.
Toen glimlachte hij.
Voor het eerst in dagen.
“Ze is gevallen voor het spel,” mompelde hij.
Maar ergens diep vanbinnen, heel klein, was er een gevoel dat hij negeerde.
Twijfel.
En in het huis in Sosnovka, tussen de zoemende bijenkorven, zat Piotr Vassilievitch stil op de bank.
Hij keek naar de lucht.
“Ze zijn begonnen,” zei hij zacht tegen zichzelf.
En de bijen zoemden door, alsof ze wisten dat iets onomkeerbaars in beweging was gezet.