De stilte na mijn woorden was misleidend.
Ze dachten dat ik toegaf.
Dat ik brak.
Dat ik eindelijk “realistisch” werd, zoals Vivian het graag noemde.
Mark zuchtte opgelucht alsof een last van zijn schouders viel. Vivian trok haar lippen in een tevreden glimlach.
“Goed meisje,” zei ze zacht. “Zie je wel, Claire? Rust is wat je nodig hebt.”
Maar rust was niet wat ik nodig had.
Actie wel.
Vivian draaide zich om naar Mark.
“Pak de koffers, we gaan onze vlucht niet missen,” zei ze opgewekt.
Mark knikte.
Hij keek me niet aan.
Niet naar Ethan.
Niet naar het blauw in zijn lippen.
Ik stond daar met mijn zoon in mijn armen terwijl ze door mijn huis liepen alsof niets er toe deed.
Alsof een baby die worstelde om adem geen prioriteit was.
Alsof ik slechts achtergrondgeluid was.
Toen Vivian langs me liep, fluisterde ze:
“Je zult je wel beter voelen als je wat slaapt. Hormonen doen gekke dingen met vrouwen.”
Ze glimlachte.
En tikte op mijn schouder.
Alsof ik een kind was.
Ik keek haar aan.
Niet boos.
Niet emotioneel.
Gewoon… scherp.
“Ga,” zei ik opnieuw.
Ze knikte tevreden en liep verder.