Vijftien jaar kunnen iemand stilletjes veranderen.
Niet in één grote sprong.
Maar in kleine, onzichtbare lagen.
Dat merkte ik op een dinsdagmiddag toen Mateo thuiskwam van school en zijn tas in de gang gooide alsof hij groter was dan het huis zelf.
“Hoe was het?” vroeg ik terwijl ik aardappels sneed in de keuken.
“Goed,” zei hij.
Eén woord.
Zoals altijd.
Maar zijn gezicht vertelde meer.
Er zat iets nieuws in zijn blik.