Die stilte in het videogesprek duurde misschien maar een paar seconden, maar het voelde alsof iemand de lucht uit de kamer had gehaald.
Daniel bleef recht voor het scherm staan, zijn handen steunend op de tafel. Ik zag zijn kaak aanspannen — iets wat ik zelden zag bij hem. Hij was altijd de rustige, de diplomatische, de man die alles gladstreek voordat het kon ontploffen.
Maar nu niet.
“Je hebt een kind van negen jaar emotioneel onder druk gezet,” zei hij eindelijk, zijn stem laag maar scherp.
Patricia zuchtte overdreven, alsof wij de irrationele waren.
“Daniel, je maakt er iets groots van. Het is maar een laptop. Kinderen moeten leren delen.”
Ik keek naar Emma, die nog steeds op de grond zat met het inpakpapier om haar heen. Haar kleine vingers klemden zich om het lint alsof dat het enige was dat haar nog houvast gaf.
“Ze is geen project,” zei ik rustig.
George, die tot nu toe stil was geweest, kuchte. “We bedoelden het goed. Lucas heeft niet zoveel kansen als Emma.”
Daniel knikte langzaam, maar niet instemmend. Hij probeerde te begrijpen.
“Dus jullie oplossing was om haar te laten geloven dat ze egoïstisch is?”
Patricia’s gezicht verhardde. “We leren haar een les.”
Dat woord.
Les.
Ik voelde iets in mij kantelen.
Hoofdstuk 3: De grens die eindelijk zichtbaar werd
Daniel verbrak het gesprek niet meteen. Dat was het verschil met vroeger. Vroeger zou hij hebben gezegd: “Laten we dit later bespreken.” Vroeger zou hij het hebben gladgestreken.
Maar nu bleef hij staan.
“Luister goed,” zei hij. “Jullie hebben geen recht om mijn dochter te manipuleren. Geen moreel recht, geen opvoedkundig recht, geen enkel recht.”
Patricia snoof. “We zijn haar grootouders.”