Hij dacht even na.
“Misschien een beetje,” gaf hij toe. “Ik denk gewoon veel na over werk en over een paar dingen die geregeld moeten worden.”
Dat klonk redelijk. We waren tenslotte niet meer de jongsten en er waren altijd kleine zorgen.
“Lily heeft het gemerkt,” zei ik voorzichtig.
Hij fronste.
“Echt?”
“Ze zei gisteren dat je anders bent.”
Hij bleef even stil en keek naar het gras.
Toen zuchtte hij zacht.
“Dat spijt me,” zei hij. “Dat was niet mijn bedoeling.”
Die avond gebeurde er iets kleins dat alles veranderde.
Lily zat op de vloer met een puzzel die ze al vaker had gemaakt. Het was een grote puzzel met een bos en allerlei dieren.
Ze probeerde een stukje op de juiste plek te leggen, maar het paste niet.
Mijn man liep langs, bleef staan en keek even.
“Mag ik helpen?” vroeg hij.
Lily keek verrast op.
“Ja.”
Hij ging naast haar zitten op de vloer, iets wat hij de afgelopen dagen niet had gedaan.
“Zie je dit stukje?” zei hij terwijl hij een puzzelstuk draaide. “Het hoort hier, omdat de kleur van de boom hetzelfde is.”
Langzaam begon Lily weer te lachen.
“Dat wist ik bijna!” zei ze.
“Bijna telt ook,” antwoordde hij met een knipoog.
Ik keek vanuit de keuken naar hen.
En toen zag ik het.
Die echte glimlach.
Na een paar minuten zei Lily plotseling:
“Opa?”
“Ja?”
“Ben je weer jezelf?”
Hij keek haar verbaasd aan.
“Wat bedoel je?”
Ze dacht even na.
“Je was een paar dagen een beetje anders.”
Hij keek naar mij en toen weer naar haar.
Toen legde hij zijn hand zacht op haar schouder.
“Soms hebben grote mensen veel dingen in hun hoofd,” zei hij rustig. “Maar dat betekent niet dat ze minder van je houden.”